Lichaamssamenstelling

BIA/ BIS

Deze indirecte methode voor het meten van de lichaamssamenstelling is gebaseerd op de elektrische geleiding van een wisselstroom door het lichaam, dan wel het bieden van weerstand daartegen. Weefsels met veel water en elektrolyten, zoals bloed en spieren, geleiden goed. Vetmassa, lucht of bot daarentegen geleiden daarentegen nauwelijks stroom. Dus hoe groter de vetvrije massa, hoe groter het geleidingsvermogen van het lichaam. Met behulp van de BIA-meting kunnen de watercompartimenten in het lichaam worden bepaald. Het intracellulaire (ICW) en het extracellulaire water (ECW) vormen samen het totaal lichaamswater (TBW).
 

De uitvoering

Tijdens de meting worden elektroden op handen en voeten bevestigd. Via deze elektroden wordt een wisselstroom met verschillende frequenties door het lichaam gestuurd. De methode is niet invasief, goedkoop en uitvoerbaar aan het bed van een patiënt. Bovendien kunnen veranderingen in het ICW worden gevolgd, wat een maat voor de lichaamscelmassa is en zodoende een maat voor malnutritie. Een groot nadeel van deze methode is de onvoldoende gevalideerde toepassing ervan bij zieke en/ of oudere personen. Waarschijnlijk is er bij deze personen sprake van storende factoren, zoals veranderingen in membraaneigenschappen en mate van hydratie, waardoor de meting onbetrouwbaar wordt. Voor het berekenen van de lichaamssamenstelling op basis van BIA metingen zijn verschillende benaderingen in gebruik, zoals:

Single-Frequency BIA (SF-BIA)
Hierbij wordt de weerstand (R) bij één frequentie (50 kHz) gemeten. Met regressievergelijkingen gebaseerd op de weerstand index (L2/R) worden het totaal aan lichaamswater (TBW) of vetvrije massa (FFM) berekend. Deze benadering heeft een acceptabele nauwkeurigheid bij gezonde personen. Voor zieke mensen, vooral als er sprake is van afwijkingen in de vochtbalans, wordt deze benadering echter niet geadviseerd. SF-BIA is niet in staat intracellulair (ICW) en extracellulair water (ECW) apart te meten. Omdat klinische depletie gekarakteriseerd wordt door een afname van ICW, vaak in combinatie met ECW expansie, zijn TBW waardes niet in staat het verlies van lichaamscelmassa vast te stellen. Nutritional Assessment in een klinische setting vereist kwantificatie van beide vochtcompartimenten.
 
Multi-Frequency BIA (MF-BIA)
Hierbij wordt de impedantie bij verschillende frequenties gemeten. Bij lage frequenties wordt de stroom alleen door ECW geleid omdat celmembranen en contactoppervlaktes tussen weefsels zich gedragen als condensatoren. Bij hoge frequenties gaat deze eigenschap verloren en vindt er geleiding door zowel ECW als ICW plaats. Weerstanden gemeten bij lage en hoge frequenties worden gebruikt om ECW en TBW te berekenen gebaseerd op de weerstand index bij de specifieke frequenties.
 

Bioelektrische impedantie spectroscopie (BIS)

Hierbij wordt de impedantie bij een reeks van frequenties (meestal 50 frequenties) gemeten en wordt de data toegepast op een theoretisch model, het Cole-Cole model, waardoor de weerstand bij een frequentie van 0 en oneindig (Rinf) kan worden geëxtrapoleerd. Deze methode geeft weerstandwaarden voor intracellulair water (Ricw) en extracellulair water (Recw). Deze waarden kunnen worden gebruikt om vochtcompartimenten te berekenen gebaseerd op regressievergelijkingen. Tevens kan gebruik worden gemaakt van vergelijkingen gebaseerd op natuurkundige wetten, de mixture vergelijkingen. Theoretisch zou deze mixture benadering minder populatie specifiek zijn dan de regressie benadering. Voor klinisch gebruik is deze methode zeer aantrekkelijk. Op dit moment is het echter onduidelijk of de mixture benadering universeel toepasbaar is. In het Maastricht UMC+ wordt de BIS-methode gebruikt.
 

Meer informatie