Screening

De arts, verpleegkundige of diëtist onderzoekt of een patiënt aan ziekte gerelateerde ondervoeding heeft, of een groot risico loopt om ondervoed te raken.  Voorafgaand aan, of tijdens de ziekenhuisopname vindt een gestructureerde screening van patiënten  plaats. Dit kan het tijdig opsporen van risicopatiënten verbeteren. 

De screening (door een verpleegkundige)

Men streeft naar een uniforme screeningsmethode. Sinds 2008 zijn Nederlandse ziekenhuizen in het kader van de 'prestatie-indicator ondervoeding in ziekenhuizen' verplicht te screenen op aan ziekte gerelateerde ondervoeding. Hiervoor wordt de SNAQ of MUST gebruikt. In Europa zijn een aantal gevalideerde screeningstools in omloop.

De SNAQ

De SNAQ (Short Nutritional Assessment Questionaire). Deze is ontwikkeld door de Universiteit van Amsterdam.
Voorbeeld van de SNAQ

De MUST

De MUST (Malnutrition Universal Screening Tool). Deze is ontwikkeld in Engeland. Deze screeningtool wordt ook gebruikt in het Maastricht UMC+.
Voorbeeld van de MUST

De NRS 2002

De NRS 2002 (Nutritional Risk Screening 2002). Deze wordt door ESPEN ( European Society of Enteral and Parenteral Nutrition) aanbevolen voor ziekenhuizen.
Voorbeeld van de NRS 2002 
 

Verzamelde gegevens

De volgende gegevens worden onder andere door middel van screeningslijsten verzameld: 
  • Percentage gewichtsverlies: groter of gelijk aan 5% binnen één maand of groter of gelijk aan 10% binnen zes maanden;
  • Factoren die de voedselinname verstoren: verminderde eetlust, verminderde smaak of afkeer van producten, droge of pijnlijke mond, slik en/ of passagestoornissen en andere klachten;
  • BMI minder dan 20 (volwassenen) of een BMI minder dan 18 (65+'ers);
  • Behoefte aan voedingsinformatie.
Wellicht wordt het in de toekomst mogelijk om transmuraal te screenen, zodat patiënten met aan ziekte gerelateerde ondervoeding eerder worden ontdekt en behandeld. Een gedeelte van de patiënten zou zichzelf kunnen screenen.
 
Meer informatie over deze screeningtools is te vinden op de website van de Stuurgroep Ondervoeding en de website Zakboek Diëtetiek.
 

Klinische blik

De 'klinische blik' kan door de arts als parameter worden gebruikt om ondervoeding door ziekte te signaleren op de afdeling en wordt tevens door de diëtist in een later stadium gebruikt. Dit levert waardevolle informatie op, maar ervaring is vereist. Het is een subjectieve parameter en ondergewicht kan worden gecamoufleerd door oedeem of ascites. Een aantal aandachtspunten zijn: 
  • uiterlijk van patiënt (ingevallen gelaat)
  • reactie (apathisch, moe, passief)
  • handdruk (slap)
  • conditie huid (droog, schilferig, bleek, eventueel met blauwe plekken)
  • conditie haar (dof)
  • kracht ademhalingsspieren: testen door tegen papiertje te laten blazen (zwak)
  • zieke indruk
  • geen belangstelling voor de omgeving
  • slechte aanspreekbaarheid
Afwijkingen van het haar, gezicht, lippen, tong, ogen, nagels en huid zijn vaak te wijten aan een tekort aan mineralen, spoorelementen en/ of vitamines. Deze vormen van zogeheten puntvormige ondervoeding (of puntdeficiënties) treden meestal pas in een laat stadium op. Lees meer over puntdeficiëncies in dit document.