Nutritional Assessment

Lichaamssamenstelling

De Body Mass Index en het gewicht van een patiënt zeggen niet voldoende over de lichaamssamenstelling. De hoeveelheid vetvrije massa van een persoon zegt meer over de voedingstoestand. Het meten van deze vetvrije massa geeft de extra informatie die we nodig hebben.

Wat meet je met welk instrument?

  • Eiwitstatus/ spiermassa: middenarmspieromtrek en spieroppervlakte, handknijpkracht, stikstofbalans, plasma-eiwit en plasma-ureum; 
  • Vetreservestricepshuidplooi en BMI;
  • LichaamswaterBio-elektrische impedantie, biochemie, vochtbalans, snelle gewichtsverandering (ascitis of oedeem).
Lees meer over de opbouw van het lichaam in dit artikel. De lichaamssamenstelling wordt binnen het Nutritional Assessment gemeten met behulp van verschillende technieken, omdat geen van de technieken de gouden standaard is. In het Maastricht UMC + worden de volgende methoden gebruikt:
 

Lichaamsgewicht

Een regelmatige bepaling van het lichaamsgewicht is belangrijk omdat dit een indicatie geeft voor het aanslaan van de voedingstherapie en ook aanwijzingen geeft wanneer de voedingstherapie kan worden afgebouwd. Met behulp van een digitale weegschaal wordt het lichaamsgewicht bepaald. Bij deze meting moet rekening gehouden worden met het gewicht van eventuele kleding van de patiënt. Bij voorkeur wordt de patiënt gewogen zonder kleding en schoenen (in ondergoed), op een vaste tijd en na toiletbezoek. Indien de patiënt niet op een staweegschaal kan worden gewogen, kan een weegstoel of weegbed worden gebruikt. In verband met afwijkingen tussen verschillende weegschalen is het van belang om elke keer dezelfde weegschaal te gebruiken. Deze bepaling is niet bruikbaar bij patiënten waarbij sprake is van oedeem, ascites, dehydratie of andere verstoringen van de vochtbalans. Indien wegen niet mogelijk is, kan het gewicht worden nagevraagd aan patiënt of familie.

 

Lengte

In het Maastricht UMC+ wordt de lengte bepaald met behulp van een aan de muur bevestigde meetlat. De patiënt wordt gemeten zonder schoenen, staat rechtop, met de hakken tegen de muur en kijkt recht vooruit. Op de IC kan lengte worden geschat met behulp van de armspanwijdte. De armspanwijdte is de afstand tussen de topjes van de langste vinger van iedere hand met beide armen volledig horizontaal gestrekt. Hierbij is hulp van de verpleging nodig. De armspanwijdte is ongeveer gelijk aan de lichaamslengte.
 
Een andere manier om lengte te schatten bij liggende patienten is door middel van de kniehoogte (Chumlea et al.,1985). De kniehoogte kan als surrogaat gebruikt kan worden voor een lengtemeting bij ouderen en met name bij bedlegerige patienten. Met behulp van een nomogram kan de kniehoogte omgerekend worden naar lichaamslengte met een precisie van ± 6 cm. Bekijk de verschillende rekenformules op deze pagina.

 

Bio-elektrische Impedantie spectroscopie  (BIS) 

Deze indirecte methode voor het meten van de lichaamssamenstelling is gebaseerd op de elektrische geleiding van een wisselstroom door het lichaam, dan wel het bieden van weerstand daartegen. Weefsels met veel water en elektrolyten, zoals bloed en spieren, geleiden goed. Vetmassa, lucht of bot daarentegen geleiden daarentegen nauwelijks stroom. Dus hoe groter de vetvrije massa, hoe groter het geleidingsvermogen van het lichaam. Met behulp van de BIS-meting kunnen de watercompartimenten in het lichaam worden bepaald. Het intracellulaire (ICW) en het extracellulaire water (ECW) vormen samen het totaal lichaamswater (TBW). Op deze pagina leest u meer over het uitvoeren van een BIS. Indien er geen bio-impedantie-apparaat aanwezig is, kan met de overige metingen ook een inschatting gemaakt worden van de hoeveelheid vetvrije massa. De verschillende puzzelstukjes geven samen een beeld van de voedingstoestand.

 

Een huidplooimeter; meting van de bicepshuidplooiHuidplooimetingen

Met een huidplooimeter kan de dikte van een huidplooi worden bepaald. Met behulp van de gemeten huidplooien kan een voorspelling worden gedaan over de totale lichaamsvetmassa. Meer over huidplooimetingen leest u op deze pagina. Op de pagina Antropometrie lees je meer over het berekenenen van de bovenarmoppervlakte, - spieromtrek, - spieroppervlakte en -vetoppervlakte.

  
 
 
 

Ideaalgewicht

Het ideaalgewicht kan worden bepaald aan de hand van de polsomtrek of de elleboogbreedte. De bepaling van de lichaamsbouw met behulp van de elleboogbreedte is betrouwbaarder dan de bepaling van de lichaamsbouw met behulp van de polsomtrek. De polsomtrek wordt namelijk beïnvloed door het huidige gewicht van de persoon, en dan vooral het vetgehalte. Op deze pagina leest u meer over hoe het ideaalgewicht kan worden berekend. 

Afwijkende lichaamsbouw.

Een afwijkende lichaamsbouw kan voorkomen bij mensen die een amputatie hebben ondergaan. Het is vaak moeilijk in te schatten hoe het gewicht daardoor wordt beïnvloed. Brunnstom (1992) heeft de bijdrage van verschillende lichaamsdelen aan het lichaamsgewicht in kaart gebracht: 
  • Hoofd: 7%
  • Romp: 43%  
  • Gehele arm: 6.5% (waarvan de bovenarm 3,5%, de onderarm 2,3% en de hand 0,8%)
  • Gehele been: 18,5% (waarvan het bovenbeen 11,6%, het onderbeen 5,3% en de voet 1,8%)

 

 

De middel-heup-ratio en de buikomtrek

Omdat niet alleen ondervoeding en ondergewicht, maar ook overgewicht een gezondheidsrisico vormt, worden hier de middel-heup-ratio en de buikomtrek besproken. Met behulp van deze methode kunnen patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten worden opgespoord.  Hier leest u meer over deze methoden.

 

Vetvrije massa index

 Van een tekort aan vetvrije massa (VVM) spreekt men indien de vetvrije massa index (VVMI, de vetvrije massa in kg/m2) minder is dan 16 kg/m2 bij mannen en minder dan 15 kg/m2 bij vrouwen. Meer informatie (Engelstalig) lees je op deze pagina.